De antiwitwascontroles van banken brengen hoge kosten met zich mee en kunnen grote gevolgen hebben voor mensen, terwijl onduidelijk is in hoeverre ze daadwerkelijk effectief zijn. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in een recent rapport.
PEP’s en religieuze instellingen – met name moskeeën en migrantenkerken – geven aan vaak te maken te krijgen met ingrijpende controles. Dit kan ertoe leiden dat zij geen bankrekening kunnen openen, dat bestaande rekeningen worden beëindigd of dat zij geen geld kunnen overmaken naar familie of organisaties in het buitenland. Respondenten ervaren deze onderzoeken vaak als belastend, bijvoorbeeld omdat bij PEP’s ook gezinsleden worden onderzocht.
Voor veel horecaondernemers, terwijl de horeca als risicosector voor witwassen wordt gezien, blijken deze zware controles minder vaak voor te komen.
Uit een vragenlijst onder PEP’s blijkt dat ongeveer 90% door hun bank is gecontroleerd.
Daarnaast blijkt dat meldingen van ongebruikelijke transacties door banken relatief vaak betrekking hebben op personen met een buitenlands klinkende achternaam (61,8%). Dit percentage staat niet in verhouding tot het aandeel mensen met een migratieachtergrond in Nederland.
Uit onderzoek onder religieuze instellingen blijkt bovendien dat vooral moskeeën vaker vragen krijgen over de herkomst en het doel van transacties, zelfs wanneer het geen contante betalingen of buitenlandse transacties betreft. Katholieke en protestantse kerken geven aan minder vaak met dergelijke controles te maken te hebben. De Algemene Rekenkamer ziet hierin aanwijzingen voor mogelijke discriminatie.
De minister van Financiën is al sinds 2022 op de hoogte van signalen over mogelijke discriminatie in de bankensector en houdt dit jaarlijks in de gaten. Ook De Nederlandsche Bank (DNB) heeft in eerdere onderzoeken aandacht besteed aan dit onderwerp.
Onvoldoende inzicht in effectiviteit
Een belangrijke vraag is of de intensieve controles door banken daadwerkelijk bijdragen aan het voorkomen en opsporen van witwassen. Op dit moment ontbreekt hierover echter voldoende inzicht.
Zo voeren de betrokken ministers en DNB geen systematische evaluaties uit naar de resultaten van de huidige aanpak. Ook uit onderzoek bij de Financial Intelligence Unit (FIU) blijkt dat het lastig is vast te stellen welk deel van de meldingen daadwerkelijk betrekking heeft op witwassen en wat de financiële omvang daarvan is. Bovendien is het in de praktijk moeilijk om aan te tonen dat witwassen daadwerkelijk is voorkomen.
Heldere en volledige meldingen van banken zijn cruciaal voor de opsporing van witwassen. Uit het onderzoek blijkt echter dat de kwaliteit van deze meldingen sterk verschilt tussen banken. Tegelijkertijd beoordeelt de FIU de kwaliteit van meldingen niet structureel en kijkt DNB hier in haar toezicht op banken eveneens nauwelijks naar.
Toenemende kosten voor banken
Niet alleen burgers en organisaties ondervinden gevolgen van de anti-witwasaanpak. Ook voor banken nemen de kosten aanzienlijk toe. In 2021 bedroegen de kosten voor naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) ongeveer € 1,16 miljard. In 2024 is dit gestegen naar ongeveer € 1,6 miljard. De negen banken die in het onderzoek zijn meegenomen zetten samen circa 13.000 fte in voor de bestrijding van witwassen.
Conclusies en aanbevelingen
In het toezicht en de gezamenlijke werkzaamheden zou meer aandacht moeten worden besteed aan de kwaliteit van meldingen door banken. Daarnaast is het belangrijk om beter gebruik te maken van moderne analysetechnieken en data-analyse. Hierdoor kan De Nederlandsche Bank (DNB) beter inzicht krijgen in de effecten van anti-witwasmaatregelen op banken en hun klanten. Tegelijkertijd stelt dit de Financial Intelligence Unit (FIU) in staat om meldingen van banken beter te prioriteren en witwaspatronen sneller te herkennen.





Geef een reactie