Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een ontbonden stichting niet is opgehouden te bestaan als achteraf nog baten blijken te bestaan en het vermogen niet is vereffend. De Vpb-aanslagen zijn daarom tijdig en rechtsgeldig bekendgemaakt.
Een stichting is opgericht op 8 november 2012 en heeft als doel het bevorderen van het fokken en beschermen van postduiven. Op 31 december 2017 wordt de stichting ontbonden. Bij de Kamer van Koophandel is gemeld dat geen baten meer aanwezig zijn en dat de stichting is opgehouden te bestaan. In 2019 start de inspecteur een boekenonderzoek naar aanleiding van informatie uit een strafrechtelijk onderzoek van de FIOD. Op 17 december 2019 legt de inspecteur navorderingsaanslagen Vpb 2014 en 2015 en een aanslag Vpb 2016 op, met belastingrente en boetes. De boetes worden in bezwaar vernietigd. In hoger beroep is in geschil of de stichting ten tijde van het opleggen van de aanslagen nog bestond en of de aanslagen rechtsgeldig zijn bekendgemaakt.
Baten verhinderen einde stichting
Het hof oordeelt dat de vermelding in het handelsregister niet beslissend is. De mededeling dat de stichting bij gebrek aan baten is opgehouden te bestaan, moet ook juist zijn. De inspecteur ontzenuwt dat vermoeden. De stichting heeft in haar aangiften Vpb 2017, 2018 en 2019 nog activa van € 19.449 vermeld. Ook stonden in 2023 nog twee bankrekeningen op naam van de stichting met een batig saldo. Dat executoriaal beslag is gelegd en dat schulden mogelijk hoger zijn dan de baten, maakt dit niet anders. Het beslag is niet uitgewonnen, maar aangehouden in afwachting van een FIOD-onderzoek. Omdat de stichting een turboliquidatie heeft toegepast, staat bovendien vast dat geen vereffening heeft plaatsgevonden.
Aanslagen rechtsgeldig bekendgemaakt
Volgens het hof is de stichting dus wel ontbonden, maar niet opgehouden te bestaan. Zij kan daarom bezwaar en beroep instellen. Ook zijn de aanslagen juist bekendgemaakt. De inspecteur heeft de aanslagen op 17 december 2019 uitgereikt en betekend op het laatst bekende adres aan een bestuurder. Op grond van de statuten treden de bestuurders na ontbinding op als vereffenaars, tenzij anders is besloten. De bestuurder aan wie de aanslagen zijn betekend, geldt daarom als vereffenaar. De aanslagen zijn bovendien binnen de aanslag- en navorderingstermijnen opgelegd. Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling.
Wet: art. 2:19 BW, art. 2:23 BW, art. 2:23c BW en art. 11 AWR
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 25-03-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:812, 24/505 tot en met 24/507 | NDFR





Geef een reactie