Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de werkgever auto’s aan werknemers ter beschikking stelt. Zonder rittenregistratie of ander bewijs blijft de bijtelling privégebruik in stand.
Een onderneming laat werknemers werkzaamheden in Nederland verrichten. De werknemers wonen niet in Nederland. De werkgever regelt tijdens hun verblijf huisvesting en vervoer. Voor dat vervoer gebruiken de werknemers auto’s van de werkgever. De autosleutels zijn in bezit van de werknemers. De inspecteur legt over 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019 een naheffingsaanslag loonheffingen op. In geschil is of de auto’s ter beschikking zijn gesteld en of terecht rekening is gehouden met privégebruik.
Sleutels geven feitelijke macht
De rechtbank vindt aannemelijk dat de werknemers feitelijk over de auto’s kunnen beschikken. Zij hebben de sleutels en kunnen de auto’s gebruiken. De werkgever stelt dat er toezicht is via een GPS-systeem en dat privégebruik tot huur leidt, maar maakt niet duidelijk hoe die regels in de praktijk werken. Ook ontbreken concrete instructies aan werknemers.
Doordat de auto’s ter beschikking zijn gesteld, geldt het vermoeden van privégebruik. De werkgever toont niet aan dat met de auto’s op jaarbasis maximaal 500 kilometer privé is gereden. Een rittenregistratie of ander bewijs ontbreekt. Daarom blijft de naheffingsaanslag in stand.
Wet: Artikel 13bis – Wet op de loonbelasting 1964 | NDFR
Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 04-06-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:4929, BRE 25/320 | NDFR





Geef een reactie