De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord of de mogelijkheid van een vrijwillige aanvullende inleg door een deelnemer (werknemer) in een buitenlandse pensioenregeling voor het pensioenlichaam de toepassing van de pensioenvrijstelling (artikel 5, eerste lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969) verhindert.
X is een naar het recht van land Y opgericht en feitelijk aldaar gevestigd pensioenlichaam. De werkzaamheden van X bestaan uit het uitvoeren van een pensioenregeling voor werknemers en gewezen werknemers, hun partners en hun kinderen. De pensioenregeling voorziet in de mogelijkheid dat de werknemer vrijwillig een aanvullende inleg doet aan X. Hierbij stelt de pensioenregeling een begrenzing aan de omvang van de inleg. De omvang gaat niet uit boven hetgeen volgens fiscale regels in land Y maximaal toelaatbaar is.
De inleg kan hierbij afkomstig zijn uit andere inkomstenbronnen dan loon uit arbeid bij zijn werkgever. De inleg krijgt de bestemming van pensioen. Een werknemer die een aanvullende inleg aan X doet, verliest dan ook de beschikkingsmacht over de inleg. De werknemer kan met andere woorden de inleg en het rendement daarop niet vrijelijk opnemen of onttrekken aan de pensioenregeling.
In het kader van de uitvoering van de pensioenregeling belegt X in Nederlandse aandelen, waarbij op uitgekeerd dividend dividendbelasting is ingehouden. X verzoekt om een teruggaaf van te zijnen laste ingehouden dividendbelasting (artikel 10, tweede of derde lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965). Om in aanmerking te komen voor deze teruggaafregeling, is onder meer vereist dat belanghebbende, als zij in Nederland zou zijn gevestigd, subjectief zou zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting (artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de Wet Vpb 1969 juncto artikel 3 Uitvoeringsbesluit vennootschapsbelasting 1971.
Vraag
Staat de mogelijkheid van een vrijwillige aanvullende inleg door een deelnemer (werknemer) in zijn pensioenregeling voor het buitenlandse pensioenlichaam (X) in de weg aan de toepassing van de pensioenvrijstelling?
Antwoord
Nee, deze mogelijkheid van de vrijwillige aanvullende inleg door een werknemer in zijn pensioenregeling staat voor het buitenlandse pensioenlichaam (X) niet in de weg aan de toepassing van de pensioenvrijstelling. Er is namelijk sprake van een fiscaal in omvang begrensde inleg die onderdeel uitmaakt van de pensioenregeling in land Y, die de bestemming heeft van pensioen en waarover de werknemer niet vrijelijk kan beschikken. Om voor de pensioenvrijstelling in aanmerking te komen is uiteraard wel vereist dat aan alle voorwaarden van onderdeel 3.3 van voormeld besluit wordt voldaan. De beoordeling hiervan is voorbehouden aan de bevoegde inspecteur.





Geef een reactie