• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Het urencriterium: niet altijd in gevaar bij dienstbetrekking

6 september 2016 door Tanja Verstelle

De inkomstenbelasting kent diverse faciliteiten voor ondernemers. Vaak geldt daarbij de voorwaarde dat de ondernemer aan het urencriterium voldoet. Dat kan in gevaar komen als de ondernemer ook in dienstbetrekking werkt of achteraf wordt geoordeeld dat hij in dienstbetrekking werkte (wet DBA!).

Ondernemingsfaciliteiten

De volgende ondernemersfaciliteiten zijn alleen van toepassing als de ondernemer aan het urencriterium voldoet:

  • de mogelijkheid om 9,8% van de winst uit onderneming te doteren aan de fiscale oudedagsreserve (FOR). De FOR-dotatie bedraagt in beginsel maximaal € 8.774 (bedrag 2016);
  • de zelfstandigenaftrek van maximaal € 7.280 (bedrag 2016), mits de winst daarvoor toereikend is. Dit bedrag  is voor starters nog verhoogd met € 2.123. Voor ondernemers die de AOW-gerechtigde leeftijd zijn gepasseerd geldt juist een 50% lagere vrijstelling;
  • de aftrek speur- en ontwikkelingswerk (S&O) van in beginsel € 12.484 (bedrag 2016). Dit bedrag wordt voor starters nog verhoogd met € 6.245;
  • de meewerkaftrek. Deze is afhankelijk van de winst; en
  • de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid van minstens € 4.000 (bedrag 2016). Hiervoor geldt een verlaagd urencriterium.

 

Voor de meeste faciliteiten gelden daarnaast aanvullende voorwaarden.

 

Ondernemer

Het urencriterium is alleen van belang voor natuurlijke personen die kwalificeren als echte ondernemers voor de inkomstenbelasting. Het gaat dus om de personen die op eigen rekening een onderneming drijven en verbonden zijn voor de verbintenissen van de onderneming. Medegerechtigden en andere winstgenieters zijn geen echte ondernemers. Zij komen niet in aanmerking voor de ondernemersfaciliteiten waarvoor het urencriterium van belang is.

 

Uren

Een ondernemer voldoet aan het urencriterium als hij aan twee voorwaarden voldoet. De eerste voorwaarde is het meest bekend. Deze voorwaarde houdt in dat de ondernemer minstens 1225 uren besteedt aan werkzaamheden voor één of meer ondernemingen. De werkzaamheden zijn alleen van belang als de belastingplichtige de winst uit de desbetreffende onderneming geniet als een echte ondernemer. Deze voorwaarde kan een probleem worden als de ondernemer ook in dienstbetrekking werkt. Recent kon een belastingconsulent daardoor niet aannemelijk maken dat hij zoveel uren in het belang van zijn onderneming had besteed.  Ook ervaren ondernemers kunnen echter  in de problemen komen.

 

Grotendeelscriterium

De tweede voorwaarde is dat de ondernemer meer dan de helft van zijn totale arbeidstijd besteedt aan werkzaamheden voor zijn onderneming(en). Ook deze voorwaarde kan een probleem worden als de ondernemer ook in dienstbetrekking werkt. In een zaak voor Hof Leeuwarden uit 2012 had een exploitant van een restaurant een fulltime baan. Hij besteedde 2080 uren aan werkzaamheden voor zijn dienstbetrekking. Om aan het grotendeelscriterium te voldoen moest hij dus minstens 2081 uren aan zijn onderneming besteden. Zijn totale arbeidstijd zou dan 4161 uren zijn, waarvan de ondernemer meer dan de helft aan zijn onderneming had besteed. De exploitant kon dit echter niet aannemelijk maken, zodat hij niet voldeed aan het urencriterium. Maar in een oudere zaak (Hof Arnhem, 12 augustus 2004) bleek een ondernemer die ook fulltime als muzikant in dienstbetrekking was toch aan beide voorwaarden van het urencriterium te voldoen. Onbetaalde uren die zijn verricht met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming kunnen ook meetellen voor het urencriterium (Hof Leeuwarden 2011).

 

Dienstbetrekking niet altijd een probleem

Het gedeeltelijk werken in een dienstbetrekking hoeft niet altijd problemen op te leveren. Een relatief beperkt aantal uren in dienstverband kan namelijk opgaan in de ondernemersactiviteiten als daarvoor aan de voorwaarden is voldaan. Dat is (volgens de Hoge Raad, bijv.: ECLI:NL:HR:2001:AB2782) het geval als de werkzaamheden in loondienst nauw samenhangen met de werkzaamheden in de eigen onderneming èn daaraan ondergeschikt zijn.

 

Een voorbeeld hiervan is een tandarts die ook voor een klein deel van zijn uren als schooltandarts werkt. Een ander voorbeeld is een zelfstandig musicus die vanwege zijn bekendheid en prestaties als musicus, gevraagd is per maand ruim tien uur op het conservatorium les te geven. Het loon wordt dan aangemerkt als winst uit onderneming en de gewerkte uren tellen mee voor het urencriterium. Hiervan zijn meer voorbeelden te vinden in de jurisprudentie over de VAR (voormalig artikel 3.156 Wet IB 2001).

 

Starters

Een startende ondernemer hoeft niet aan het grotendeelscriterium te voldoen. Hij hoeft dus alleen 1225 uren aan zijn onderneming te besteden. Een ondernemer kwalificeert in een kalenderjaar als een starter als hij in één of meer van de vijf voorafgaande jaren nog geen ondernemer was.

 

Verlaagd urencriterium

Als een startende ondernemer recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, mag hij onder voorwaarden de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid toepassen. Hiervoor hoeft hij niet te voldoen aan het normale urencriterium, maar wel aan het verlaagd urencriterium. Dat betekent dat hij minstens 800 uren in zijn onderneming moet werken in plaats van minstens 1225 uren. Omdat hij een starter is, hoeft hij bovendien niet te voldoen aan het grotendeelscriterium.

 

Zwangerschap

Gedurende een periode die overeenkomt met het zwangerschaps- en bevallingsverlof voor werkneemsters worden de werkzaamheden voor de bepaling van de gewerkte uren geacht niet te zijn onderbroken.

 

Wet: artikel 3.6 IB 2001

Filed Under: IB-ondernemer, Nieuws, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Wetsvoorstel uitwisseling rulings naar Tweede Kamer
Volgende artikel
Nederlandse voorwaardelijke opties, Nederlands loon

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

fiscale regels landbouw

Pachtnormen 2026 stijgen in meeste regio’s

De pachtnormen voor 2026 gaan in de meeste pachtprijsgebieden omhoog. Staatssecretaris Erkens meldt dat de nieuwe normen op 1 juli 2026 ingaan en dat de aanhoudende schommelingen in de pachtprijzen aanleiding zijn om de systematiek opnieuw te bekijken.

doorschuiffaciliteit open cv

Winstuitdeling door kasopnames vóór verkoop aandelen

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de man geen terbeschikkingstellingsverlies kan nemen, omdat hij geen verhaalsrecht op de bv aannemelijk maakt. Ook vormen overboekingen naar hem en zijn stiefzoon een winstuitdeling, waardoor hij niet de vereiste aangifte heeft gedaan.

aangifte belasting 2024

Werkinstructie overige inkomsten Belastingdienst openbaar

De Belastingdienst heeft werkinstructies openbaar gemaakt over het aandachtsgebied ‘Overige inkomsten’. In de documenten staat hoe aangiften inkomstenbelasting inhoudelijk worden beoordeeld bij onder meer alimentatie, periodieke uitkeringen, kapitaalverzekeringen, lijfrenten en revisierente.

btw en autohandel

Ambtelijk verzuim blokkeert navordering autohandelaar

Hof Arnhem-Leeuwarden vernietigt de navorderingsaanslag IB/PVV 2016 wegens ambtelijk verzuim: de inspecteur had de jarenlange verliezen uit de aangiften moeten opmerken en eerder moeten onderzoeken. De aanslag IB/PVV 2017 blijft in stand, omdat de autohandel geen bron van inkomen vormt.

rentevergoeding

Rentevordering op onzakelijke lening deels oninbaar

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de rente op een rekening-courantvordering deels oninbaar is. Voor de aandelenoverdracht en de lagere waardering van onroerende zaken krijgen de erven geen gelijk.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

AGENDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Online cursus Familiestichting en family governance

Online cursus De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×