• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Eerst lagere bedrijfswaarde bewijzen, dan lening afwaarderen

30 januari 2020 door Remco Latour

dga echtgenote bedrijfswinst afwaarderen

Wil een dga zijn vordering op zijn eigen vennootschap afwaarderen omdat de bedrijfswaarde van die vennootschap is gedaald? Dan moet hij eerst aannemelijk maken dat die bedrijfswaarde inderdaad zo laag is als hij stelt. Anders heeft een discussie over de zakelijkheid van de lening immers geen zin.

Twee echtgenoten hadden ieder 50% in de aandelen van een Limited (Ltd.), waarvan zij ook directeur waren. Het echtpaar verstrekte in de jaren 2008 tot en met 2011 gelden aan deze Ltd. In hun aangiften inkomstenbelasting 2011 waardeerden de echtgenoten hun vorderingen op de Ltd. af met 25%. De Belastingdienst gaat daarmee niet akkoord. In tegenstelling tot de fiscus meent Hof Amsterdam dat het hier niet om een schijnlening gaat.

Geen waardedaling bewezen

Het hof komt vervolgens niet toe aan de vraag of de lening zakelijk is. De afwaardering is namelijk gebaseerd op een daling van de bedrijfswaarde van de Ltd. Het echtpaar heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat op 31 december 2011 deze waardedaling al heeft plaatsgevonden. Zo zagen de echtgenoten in 2012 nog voldoende kansen om een investering in vastgoed te rechtvaardigen. En de recessie waarop zij wijzen, vond pas plaats in 2014. Het hof verklaart daarom het hoger beroep van de echtgenoten ongegrond.  

Wet: art. 3.92 Wet IB 2001

Bron: Gerechtshof Amsterdam 7 januari 2020 (gepubliceerd 29 januari 2020), ECLI:NL:GHAMS:2020:8, 18/00622

Filed Under: BV & DGA, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Kleine kans op integrale aanpak arbeidsmarkt
Volgende artikel
Antwoorden op vragen over kunstregeling Oranjes

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Standpunt over creëren schuldvordering bij afsplitsing

De Kennisgroep aanmerkelijk belang heeft de vraag beantwoord of het bij een afsplitsing creëren van een schuldvordering, zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat, leidt tot een regulier voordeel in de zin van artikel 4.12 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

overgang pensioen

Geen onrechtmatig handelen inspecteur, geen schadevergoeding

Rechtbank Den Haag wijst het verzoek van een bv om vergoeding van materiële en immateriële schade af. Omdat de aan de bv en haar dga opgelegde aanslagen terecht zijn, valt niet in te zien dat de inspecteur onrechtmatig heeft gehandeld.

dga-salaris

Verkapte uitdeling in 2019 belast, herstel faalt in 2023

Gerechtshof Den Haag oordeelt dat de dga van een holding-bv in 2019 een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang van € 116.324 heeft genoten. De rechtstreekse betaling uit de agioreserve is een verkapte uitdeling door de holding, die de dga niet ongedaan maakt met herstelacties in 2023.

dga-salaris

Gepensioneerde dga ontkomt niet aan gebruikelijk loon

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de dga geen feiten en omstandigheden aannemelijk maakt die een lager gebruikelijk loon dan het normbedrag van € 47.000 rechtvaardigen. Dat hij met pensioen is en de bedrijfsactiviteiten zijn afgebouwd, is daarvoor onvoldoende.

dga; directeur; geld lenen; bv

Standpunt gebruikelijk loon niet reële overeenkomst van opdracht bij toepassing doorbetaaldloonregeling

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen over de toepassing van de doorbetaaldloonregeling en de gebruikelijkloonregeling als sprake is van een niet reële overeenkomst van opdracht. Het standpunt KG:204:2022:21 wordt hierbij ingetrokken.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Verdiepingscursus DGA-advisering

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Correctie box 3-vermogen wegens overtollige liquiditeiten in eenmanszaak

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×