• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Afscheid van een fiscaal kroonjuweel?

20 september 2019 door

Prinsjesdag 2019 brengt een belangrijke ontwikkeling met zich mee op het gebied van het internationaal belastingrecht: Nederland neemt afscheid van één van zijn fiscale kroonjuwelen. Althans gedeeltelijk.

Vanaf 1 januari 2021 moeten Nederlandse bedrijven die binnen concern rente of royaltybetalingen doen aan het buitenland, onder omstandigheden een Nederlandse bronbelasting inhouden. Het tarief ligt daarbij net iets boven de 20%. De heffing gaat met pittige administratieve en formele verplichtingen gepaard en ontwijking ervan kan tot forse boetes en aansprakelijkheid leiden. Bovendien kan dubbele en zelfs meervoudige heffing ontstaan. Geen bepaald kinderachtige heffing dus waar je in de praktijk het liefst met een grote boog omheen zal willen lopen.

Fout land

Gelukkig is er goed nieuws voor het reële Nederlandse bedrijfsleven: de heffing is namelijk bedoeld om Nederlandse doorstroomsituaties aan te pakken waarbij de betaling uiteindelijk terecht komt in een belastingparadijs. Het reële bedrijfsleven zou er dus geen last van moeten hebben. Toch ligt dit op het eerste gezicht genuanceerder. Zo is de “trigger” voor deze heffing namelijk uitsluitend of er betaald wordt aan een ontvanger in een “fout” land, dat wil zeggen, een land dat op de Nederlandse en/of Europese zwarte lijst staat vermeld. De mate van economische “substance” bij de buitenlandse ontvanger, dan wel bij de Nederlandse betaler, is verder niet van belang. Bovendien is het concernbegrip ruim geformuleerd. De wet eist dat er sprake moet zijn van “gelieerdheid”. Het gaat daarbij om een kwalitatief in plaats van een kwantitatief criterium. Per geval zal dus een concrete toetsing moeten worden gemaakt. Minderheidsbelangen zijn daarbij niet zonder meer uitgesloten. Daarnaast geldt de heffing niet alleen bij directe betalingen aan een ontvanger in een “fout” land. Zodra er ergens in de concernstructuur een “fout” land zit, en de betaling daar via een omweg alsnog – al dan niet tijdelijk – terecht komt, kan men al met de bronheffing in aanraking komen. Ook voor deze “zwakste schakel-benadering” geldt een case-by-case toets. Tot slot wijzigt de zwarte lijst van tijd tot tijd. Wat nu “goed” is, kan morgen “fout” zijn. Alles bij elkaar genomen heeft de nieuwe heffing dus een behoorlijk open en dynamisch karakter. Ik verwacht daarom dat ook het reële Nederlandse bedrijfsleven er in de praktijk, onder omstandigheden, mee te maken kan krijgen.

Opschonen

Toch zal de praktijk, verwacht ik, zich wel redden. Het lijkt namelijk ook weer niet zo moeilijk om buiten de heffing te blijven. Bijvoorbeeld door gewoon de concernstructuur – met de zwarte lijst in de hand – op te schonen. Daarnaast kunnen, zeker in de eerste jaren, belastingverdragen aan de heffing in de weg staan. Tot slot geldt er een specifieke overgangsregeling van drie jaar ten aanzien van sommige landen die op genoemde lijst staan vermeld. Kortom, of met de bronbelasting Nederland ook feitelijk afscheid heeft genomen van één van haar fiscale kroonjuwelen, moet worden afgewacht. De volgende ontwikkeling dient zich echter al weer aan. Op internationaal niveau praten landen op dit moment over de invoering van een wereldwijde “anti-base erosion rule” voor internationale betalingen die onvoldoende belast worden. Mochten landen het daarover eens worden, dan zal dat Nederland wellicht dwingen tot verdere aanscherpingen. De nieuwe bronheffing vormt dus niet persé het slotakkoord. En wellicht wordt Nederland straks toch gedwongen definitief afstand te doen van een fiscaal kroonjuweel.

Prof. mr. dr. Daniel Smit is bijzonder hoogleraar aan het Fiscaal Instituut Tilburg van Tilburg University. Daarnaast is Daniël Smit verbonden aan EY. Donderdag 31 oktober 2019 verzorgt hij samen met prof. dr. mr. Reinout Kok de Verdiepingscursus spoedreparatie fiscale eenheid. > Meer informatie en aanmelden.

Filed Under: Belastingplan, Blogs, Internationaal & Europees recht

Reageer
Vorige artikel
Innovatiebox: einde oefening voor mkb?
Volgende artikel
Zelfs boxflitsen blijft in 2020 mogelijk

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Opinie | Van vestigingsland naar transitieland: fiscale onvoorspelbaarheid en gebrek aan voortvarendheid ondermijnen het vestigingsklimaat

Nederland daalt op internationale concurrentieranglijsten en fiscale onzekerheid heeft daarin een dominante rol. In deze NTFR Opinie staan mr. D.P.E. de Kruijff en mr. N.I. Groenland stil bij onder andere de grillige aanpak rondom de box 3-wetgeving, de aanhoudende onduidelijkheid rond fondsen voor gemene rekening en nieuwe btw-complicaties voor financiële structuren, waarmee een structureel patroon... lees verder

minimumbelasting

Reactie NOB op veiligehavenregels Wet minimumbelasting 2024

De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) heeft gereageerd op het conceptwetsvoorstel Veiligehavenregels Wet minimumbelasting 2024.

Standpunt kwalificatie Saoedische Limited Liability Company

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Saoedische Limited Liability Company vergelijkbaar is.

Standpunt kwalificatie Guernsey Protected Cell Company limited by shares

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Protected Cell Company limited by shares naar het recht van Guernsey vergeleken kan worden.

Opinie | AOW: Quo vadis? 

Volgens Prof. (em.) dr. P. Kavelaars is een ingrijpende AOW-operatie noodzakelijk. Voor de uiteindelijke houdbaarheid is het veel beter de AOW om te bouwen tot een bijstandachtige regeling die gefinancierd wordt uit de algemene middelen.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Webinar Belastingplan 2027

Opleidingen

Online cursus Pillar 2: Wet Minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

AGENDA

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×