Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat een bv haar vorderingen op haar aandeelhouder prijsgeeft. Daardoor is geen sprake van een winstuitdeling in 2016 en 2017.
Een man en zijn partner zijn ieder voor 50% aandeelhouder in een bv. Zij kopen in 2010 samen een eigen woning voor € 700.000 en financieren die aankoop volledig met een lening van de bv. Daarnaast hebben zij een rekening-courantschuld aan de bv. In 2012 wordt een rekening-courantovereenkomst opgesteld met een kredietplafond van € 500.000 en een rente van 5% per jaar. De woning wordt op 3 maart 2016 verkocht voor € 508.750. Bij die verkoop lossen de man en zijn partner € 479.974 af op de hypothecaire lening bij de bv. Daarna blijft nog een aanzienlijke schuld aan de bv over. De inspecteur merkt in de aanslagen IB/PVV 2016 en 2017 bedragen aan als inkomen uit aanmerkelijk belang, omdat volgens hem sprake is van uitdelingen van winst. In geschil is of de bv haar vorderingen geheel of gedeeltelijk heeft prijsgegeven.
Geen prijsgeven aangetoond
Rechtbank Gelderland stelt voorop dat de bewijslast voor een onttrekking door prijsgeven van de vordering op de inspecteur rust. Daarvoor moet vaststaan dat een bedrag het vermogen van de bv definitief heeft verlaten doordat de bv haar rechten als schuldeiser geheel of gedeeltelijk prijsgeeft vanwege de aandeelhoudersrelatie. De inspecteur wijst vooral op een brief van 15 maart 2017, maar dat is volgens de rechtbank onvoldoende. Dat de man over 2014 en 2015 geen bezwaar maakt tegen eerdere correcties, betekent niet dat hij ook voor 2016 en 2017 instemt met een verzakelijking van de leningen. De inspecteur erkent bovendien op zitting dat geen sprake is van formeel prijsgeven van rechten door de bv in 2016 en 2017. Ook materieel prijsgeven maakt hij niet aannemelijk. Er is daarom geen onttrekking en dus ook geen winstuitdeling. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond en stelt het inkomen uit aanmerkelijk belang op nihil.
Wet: art. 4.12 Wet IB 2001
Bron: Rechtbank Gelderland, 24-04-2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4484, 24_4467 en 4476 | NDFR





Geef een reactie