Rechtbank Gelderland oordeelt dat een dga die zijn beheermaatschappij zelf ontbindt, daarmee zijn pensioen- en stamrechtaanspraken prijsgeeft. De waarde daarvan is terecht in box 1 belast en de niet-betaalde rente op zijn rekening-courantschuld vormt een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang.
Een man is tot 15 november 2019 enig aandeelhouder en bestuurder van Beheermaatschappij. Op 20 november 2019 ontbindt hij de bv met een formulier 17a wegens het ontbreken van baten, terwijl op de balans nog een voorziening voor pensioen en stamrecht staat en hij een rekening-courantschuld van € 4.598.233 aan de bv heeft tegen 5% rente. De inspecteur ziet in de ontbinding een prijsgeven van de aanspraken, belast de waarde daarvan in box 1 over 2019 en neemt wegens de niet-betaalde rente een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang van € 193.322 in aanmerking. In geschil is of de man zijn aanspraken heeft prijsgegeven.
Aanspraken belast, ook voordeel uit ab
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de man Beheermaatschappij zelf heeft ontbonden. Zijn stelling dat niet de bv maar een ander bedrijf is ontbonden, faalt: het gaat om de handelsnaam van dezelfde entiteit. Door de ontbinding zijn de aanspraken prijsgegeven. Anders dan de man bepleit, worden die niet verrekend met de vordering van de bv op hem; juist omdat die vordering hoger is dan de commerciële waarde, zijn de aanspraken voor verwezenlijking vatbaar en terecht als loon uit vroegere dienstbetrekking belast. Daarnaast vormt de niet-betaalde rente een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang: het vermoeden is gerechtvaardigd dat de bv dat recht vóór de ontbinding heeft prijsgegeven, waardoor de man is bevoordeeld. Het beroep is ongegrond.
Wet: art. 19b en art. 38n Wet LB 1964, art. 30i AWR en art. 4.12 Wet IB 2001
Bron: Rechtbank Gelderland, 08-05-2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4486, ARN 24_5532 | NDFR
Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord
Bij het beëindigen van een onderneming moet vaak ook de bijbehorende rechtspersoon worden ontbonden. Maar welke route is in welke situatie het meest geschikt? Wanneer is de reguliere liquidatieprocedure aangewezen, wanneer kan gebruik worden gemaakt van een turboliquidatie en wanneer is een faillissementsaanvraag onvermijdelijk? Ook komt aan bod hoe een WHOA-liquidatieakkoord kan bijdragen aan een gecontroleerde afwikkeling en een faillissement kan voorkomen.
Hoewel de turboliquidatie een snelle en relatief eenvoudige manier is om een rechtspersoon te ontbinden, is deze route niet zonder risico’s. Daarom wordt ook ingegaan op de positie van schuldeisers die na een (turbo)liquidatie onbetaald achterblijven, evenals op de verantwoordelijkheden van het bestuur en de mogelijke bestuurdersaansprakelijkheid.





Geef een reactie