• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Pensioenwet jaar later

10 mei 2021 door Anne-Marie Noordenbos

Pensioen echtpaar

De nieuwe pensioenwet treedt een jaar later dan verwacht in werking: uiterlijk 1 januari 2023. Het streven van het kabinet is en blijft om per 1 januari 2026 of waar mogelijk zelfs eerder de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel te kunnen maken. Dat schrijft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Tweede Kamer.

Dat de wet later ingaat heeft te maken de complexiteit, zegt Koolmees. “Het is een heel ingewikkeld vraagstuk, het gaat om heel veel geld, grote belangen. Het moet zorgvuldig gebeuren en daar hebben we helaas iets meer tijd voor nodig.” De beoogde nieuwe ingangsdatum is gekozen in samenspraak met sociale partners, jongeren- en ouderenorganisaties, pensioenfondsen, verzekeraars, uitvoeringorganisaties en toezichthouders.

Transitieperiode en transitie-ftk

In het pensioenakkoord is afgesproken dat sociale partners en pensioenuitvoerders vier jaar de tijd krijgen om pensioenregelingen aan te passen aan de nieuwe wetgeving. Daarbij werd uitgegaan van inwerkingtreding op 1 januari 2022. Ook bij inwerkingtreding op 1 januari 2023 krijgen partijen maximaal vier jaar de tijd voor de nodige aanpassingen, dus tot 1 januari 2027. Wel benadrukken alle betrokken partijen het belang van een snelle overgang, waarbij het streven is zo veel als mogelijk per 1 januari 2026 of eerder over te stappen naar het nieuwe stelsel.

Tijdens de overgang (transitie) van het oude naar het nieuwe pensioenstelsel geldt het transitie-ftk (financiële toetsingskader). Het uitgangspunt daarvan is dat tijdens de overgangsperiode al zoveel als mogelijk met de blik van het nieuwe stelsel naar de huidige situatie wordt gekeken.

Het transitie-ftk is onderdeel van de wetgeving en verschuift daarmee ook naar uiterlijk 1 januari 2023 tot uiterlijk 1 januari 2027. In overleg met betrokken partijen wordt bezien of het mogelijk is of het transitie-kader eerder in werking kan treden dan 1 januari 2023, mits het parlementaire proces dan is afgerond. In dat geval kan er bijvoorbeeld al eerder gebruik worden gemaakt van de voorgenomen verlaagde indexatiegrens. Voor het jaar 2022 zal blijven gelden dat in aanloop naar het nieuwe pensioenstelsel onnodige kortingen worden voorkomen. Voornemen is om onder dezelfde voorwaarden als de voorgaande twee jaren in 2022 voor pensioenfondsen het aantal meetmomenten waarna aan het minimaal vereiste vermogen moet worden voldaan te verruimen, evenals de hersteltermijnen van het vereist eigen vermogen. Daarbij zal dus ook in 2022 een minimale dekkingsgraad van 90% worden gehanteerd. Vakbonden FNV en CNV reageerden teleurgesteld.

Pensioen na 45 jaar

Minister Koolmees ging ook in op de kwestie van recht op pensioen na 45 werkjaren. Onderzoek toont aan dat een regeling voor een pensioen na 45 dienstjaren niet de doelgroep bereikt waarvoor het is bedoeld, geen oplossing is voor zware beroepen en dat het technisch heel ingewikkeld is. Zo is van de meeste werknemers geen goed overzicht van het aantal dienstjaren omdat er geen aanleiding was dit centraal goed bij te houden. Ook voor werknemers was er geen reden hun gegevens langer te bewaren dan bijvoorbeeld voor de belastingaangifte nodig was. Zo kunnen er werkenden worden gemist die juist tot de doelgroep behoren.

Een dienstjarenregeling kan ook leiden tot ongewenst verschil in behandeling tussen mannen en vrouwen. Vaak hebben vrouwen minder dienstjaren doordat ze een tijd niet werken en vaker in deeltijd werken.

Bron: Kamerbrief over stand van zaken uitwerking pensioenakkoord, nr. 2021-0000065612, Ministerie van Financien, 10 mei 2021 en Kamerbrief onderzoek 45 dienstjaren, nr. 2021-0000072104, Ministerie van Financien, 10 mei 2021

Filed Under: Financiële planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Storting op gezamenlijke rekening vormt geen schenking
Volgende artikel
M-formulier vanaf juni 2021 digitaal

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

kapitaalverlies

Herverdeling box 3 onmogelijk na onherroepelijke aanslag

De Hoge Raad oordeelt dat fiscale partners de verdeling van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen niet meer kunnen wijzigen als hun aanslagen al onherroepelijk vaststaan. Achterwaartse verliesverrekening maakt dat niet anders.

opstal waarde woning eigenwoningregeling

Beantwoording Kamervragen CPB-rapport over belastingdruk op inkomens en vermogens

In de beantwoording van Kamervragen over het CPB-rapport De hoogste bomen vangen minder wind: belastingdruk op inkomens en vermogens onderschrijft staatssecretaris Eerenberg de centrale boodschap van het CPB dat toenemende verschillen in inkomen en vermogen op termijn negatieve gevolgen kunnen hebben voor kansengelijkheid en maatschappelijke welvaart.

rekening courant schuld

Standpunt zerobonds en box 3

De Kennisgroep Inkomstenbelasting niet-winst heeft een standpunt gepubliceerd over de fiscale behandeling van zerobonds onder de tegenbewijsregeling box 3.

Wetsvoorstel Wet toezeggingen Wtp en andere pensioenonderwerpen naar Tweede Kamer

Het wetsvoorstel Wet toezeggingen Wtp en andere pensioenonderwerpen is ingediend bij de Tweede Kamer.

schuld aansprakelijkheid beestuurder

Standpunt waardering van vorderingen en schulden in box 3

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft een standpunt gepubliceerd over de waardering van vorderingen en schulden in box 3.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2025

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

AGENDA

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Online cursus Familiestichting en family governance

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×