• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Transitievergoeding: hoe werkt het?

26 augustus 2015 door Jacco van den Boogaart

Eén van de gevolgen van de nieuwe Wet werk en zekerheid is dat een werkgever vanaf 1 juli 2015 een zogeheten transitievergoeding moet uitbetalen aan een werknemer die wordt ontslagen en die minimaal twee jaar bij de werkgever in dienst is geweest. Dit geldt ook voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

De transitievergoeding vervangt de ontslagvergoeding die de kantonrechter momenteel nog kan toekennen als een werknemer het niet eens is met zijn ontslag. De werknemer kan de transitievergoeding gebruiken om ander werk te vinden, bijvoorbeeld door een cursus of opleiding te volgen. Maar hij kan de vergoeding natuurlijk ook gebruiken om zijn inkomensdaling te compenseren.

 

Omvang van de vergoeding

De omvang van de transitievergoeding is afhankelijk van het aantal jaren dat de medewerker bij de onderneming in dienst is geweest. Per gewerkt dienstjaar krijgt de werknemer een vergoeding ter hoogte van een derde van zijn maandsalaris. Na het tiende dienstjaar krijgt hij voor elk volgend dienstjaar een half maandsalaris. Voor 50-plussers die minimaal tien jaar bij hun werkgever in dienst zijn, geldt tot 2020 een overgangsregeling die ervoor zorgt dat zij een hogere transitievergoeding krijgen. Zij hebben voor elk dienstjaar boven hun 50e recht op een vergoeding van een maandsalaris. Werkgevers met minder dan 25 werknemers hoeven deze hogere vergoeding echter niet te betalen.

 

Uitbetalen

De werkgever moet de transitievergoeding binnen een maand na afloop van de dienstbetrekking uitbetalen aan de werknemer. Doet de onderneming dit niet op tijd, dan is zij over de vergoeding 3% wettelijke rente verschuldigd. Over de vergoeding moet de werkgever loonbelasting, premies volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet inhouden en afdragen aan de Belastingdienst. De onderneming hoeft geen premies werknemersverzekeringen af te dragen over de transitievergoeding.

 

Transitiekosten

Heeft de werkgever in de aanloop naar het ontslag van een werknemer zogeheten transitiekosten en inzetbaarheidskosten gemaakt, dan mag hij deze uitgaven in mindering brengen op de te betalen transitievergoeding. Transitiekosten zijn alle kosten van maatregelen die betrekking hebben op het beëindigen van de arbeidsovereenkomst en die worden gemaakt om te voorkomen dat de werknemer zonder werk komt te zitten. Hierbij kan worden gedacht aan de kosten van (om)scholing of een outplacementtraject.

 

Inzetbaarheidskosten

Inzetbaarheidkosten zijn kosten die men maakt om de inzetbaarheid van de werknemer te vergroten, en dan specifiek buiten de organisatie van de werkgever. Het gaat dan bijvoorbeeld om kosten van scholing, zoals een opleiding in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg, die géén betrekking heeft op kennis en vaardigheden die de werknemer al bij zijn huidige werkgever kan gebruiken. Deze inzetbaarheidskosten mogen van de te betalen transitievergoeding worden afgetrokken als de arbeidsovereenkomst na afronding – of voortijdige beëindiging – van de opleiding niet binnen zes maanden wordt voortgezet. Voor zowel transitiekosten als inzetbaarheidskosten geldt dat ze niet stilzwijgend op de transitievergoeding in mindering mogen worden gebracht. Dit mag namelijk alleen als de werknemer vooraf heeft ingestemd met het maken van de kosten én het in mindering brengen van de kosten op de transitievergoeding.

 

Overgangsrecht

Om te voorkomen dat een werkgever na 1 juli 2015 twee ontslagvergoedingen aan één werknemer moet betalen – namelijk één op basis van oude afspraken en één op basis van de nieuwe regels – geldt een overgangsregeling. Onder deze regeling gelden verschillende regels voor enerzijds afspraken die zijn gemaakt met verenigingen van werknemers, bijvoorbeeld in een cao en/of sociaal plan, en anderzijds afspraken die bijvoorbeeld met een individuele werknemer of met de ondernemingsraad zijn gemaakt.

 

Afspraken in cao of sociaal plan

Afspraken in een cao of sociaal plan hebben tot uiterlijk 1 juli 2016 voorrang op de transitievergoeding. Dit geldt ook als een cao nawerking heeft of stilzwijgend wordt verlengd. De genoemde afspraken eindigen echter al eerder als zij voor 1 juli 2016 uitdrukkelijk worden verlengd of gewijzigd. Het overgangsrecht geldt ook voor arbeidsovereenkomsten die op of na 1 juli 2016 worden beëindigd, maar waarvoor de ontslagprocedure bij UWV of de kantonrechter al voor 1 mei 2016 is gestart. In al deze gevallen hoeft de werkgever geen transitievergoeding te betalen.

 

Afspraken met werknemer of ondernemingsraad

Zijn de afspraken over ontslagvergoedingen en andere voorzieningen met een individuele werknemer of de ondernemingsraad gemaakt, dan is het aan de werknemer of hij de transitievergoeding laat uitbetalen of dat hij de voorkeur geeft aan de gemaakte afspraken. Dit geldt zolang de werknemer rechten kan ontlenen aan de desbetreffende afspraken. De eerdergenoemde einddatum van 1 juli 2016 is hier dus niet van toepassing.

 

Conflict

Als werkgever en werknemer een conflict hebben over de transitievergoeding, bijvoorbeeld omdat de werkgever de vergoeding niet kan/wil betalen, kan de werknemer de zaak voorleggen aan de kantonrechter. Dit moet hij doen binnen drie maanden na het einde van de dienstbetrekking.

 

Wetten: artikel 7:673a BW, artikel 7:673c BW

Besluiten: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 11 mei 2015, Stb. 2015-172, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 11 mei 2015, Stb. 2015-171

 

Meer informatie

Wilt u meer weten over de verschillende facetten van het nieuwe arbeidsrecht? Bekijk dan online de video's van Tax Talks Topics Nieuw Arbeidsrecht en u bent in 2 uur weer helemaal up to date!

Filed Under: Arbeid & loon, Nieuws, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
FIOD wil zonder toestemming informatie aftappen
Volgende artikel
Verrekening schenkbelasting slechts deels mogelijk

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Nieuwe versie Handboek Loonheffingen oktober 2026

De Belastingdienst heeft de oktoberversie van het Handboek Loonheffingen 2026 gepubliceerd. Ten opzichte van de versie van maart zijn diverse onderdelen aangepast en verduidelijkt.

Fiscale verzamelwet BES eilanden 2027 gepubliceerd

De Fiscale verzamelwet BES eilanden 2027 wijzigt verschillende fiscale wetten voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De wet bevat onder meer wijzigingen in de algemene bestedingsbelasting (ABB), inkomsten- en loonbelasting en belastinginvordering.

vrachtwagen verblijfskosten eigen rijders

Gebruikelijk loon terecht via loonheffing nageheven

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur het niet in de inkomstenbelasting gecorrigeerde gebruikelijk loon alsnog via de loonheffingen mag naheffen. De vergrijpboete wordt wel verlaagd van € 6.027 naar € 1.500.

payrollbedrijven

Internetconsultatie over aanvullende eisen voor uitlenen personeel

Het kabinet wil de eisen voor bedrijven die personeel uitlenen uitbreiden. Onder de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) wordt gelijkwaardige beloning een voorwaarde voor het verkrijgen en behouden van een toelating. De wijziging is in internetconsultatie gegaan en moet naar verwachting op 1 juli 2027 ingaan.

Afkoop aandelenrecht uit 2003 van € 1,9 miljoen niet belast in 2017

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een betaling van bijna € 1,9 miljoen ziet op aandelenrechten die al in 2003 tot en met 2005 onvoorwaardelijk zijn geworden. De betaling is daarom niet in 2017 belast als inkomen uit werk en woning.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Gebruikelijk loon 2026

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

AGENDA

Online cursus Auto van de zaak | PE Accreditatie

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV | PE Accreditatie

Verdiepingscursus DGA-advisering | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

AI Governance & Compliance: Veilige toepassing van AI in juridische/fiscale praktijk | PE Accreditatie

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA | PE Accreditatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA | PE Accreditatie

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×