• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Vrijgestelde beleggingsinstelling

23 september 2013 door Remco Latour

Sinds 1 augustus 2007 kent Nederland de vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi). De vbi maakt het mogelijk om te beleggen via een beleggingsfonds zonder dat de resultaten onder de vennootschapbelasting vallen. De aandeelhouders-natuurlijke personen in een vbi betalen wel inkomstenbelasting.

Vbi

Een vbi is een beleggingsvennootschap die subjectief is vrijgesteld van de vennootschapsbelasting. Daarnaast hoeft de vbi in beginsel geen dividendbelasting in te houden op haar dividenduitkeringen. Daar tegenover staat dat de vbi geen recht heeft op teruggaaf van dividendbelasting (of andere ingehouden heffingen) op de door haar ontvangen dividenden of andere inkomsten.

 

Verzoek

Een beleggingsinstelling moet de Belastingdienst verzoeken om te worden aangemerkt als vbi. Zij moet dit verzoek uiterlijk indienen in (de loop van) het jaar waarin zij de vbi-status wil verkrijgen. De vbi-status kan alleen ingaan aan het begin van een boekjaar.

 

Voorwaarden vbi

Een beleggingsinstelling moet voldoen aan de volgende voorwaarden om de kwalificatie van vbi te kunnen krijgen:

  • zij moet voldoen aan de definitie van ‘beleggingsinstelling’ die daartoe specifiek in de wet is opgenomen;
  • zij moet de nv als rechtsvorm hebben. Een fonds voor gemene rekening of een met de nv vergelijkbare buitenlandse rechtspersoon kan ook een vbi zijn;
  • zij mag alleen beleggen in financiële instrumenten. Voor de vbi tellen banktegoeden ook als financiële instrumenten. Beleggen in direct vastgoed en bijzondere, beperkt te verhandelen fondsen is niet toegestaan;
  • zij mag naast beleggen geen andere activiteiten verrichten, bijvoorbeeld geldleningen verstrekken aan derden. De beleggingsinstelling mag evenmin haar aandelen of activa laten dienen als voorwerp van zekerheid voor schulden van bv’s met (onder andere) niet-beleggingsactiviteiten;
  • er moet sprake zijn van risicospreiding van de beleggingen;
  • de beleggingsinstelling mag maar in beperkte mate geldleningen opnemen;
  • de aandelen of bewijzen van deelgerechtigdheid worden op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa van de instelling direct of indirect ingekocht of terugbetaald.

 

Definitie beleggingsinstelling

Vanaf 22 juli 2013 verwijst de wet voor het begrip beleggingsinstelling naar de Wet op het financieel toezicht (Wft). Deze verwijzing heeft als onbedoeld neveneffect dat instellingen voor collectieve beleggingen in effecten niet meer kwalificeren als beleggingsinstellingen. De wetgever wil deze instellingen niet uitsluiten van de vbi-status. Daarom bevat het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2014 een aparte definitie van het begrip ‘beleggingsinstelling’ voor de vbi. Onder deze definitie is een beleggingsinstelling een lichaam waarin voor collectieve belegging gevraagde of verkregen gelden of andere goeden zijn of worden opgenomen. Het doel van deze instelling moet zijn om de deelnemers te laten delen in de opbrengsten van de beleggingen. De voorgestelde definitie zal met terugwerkende kracht in werking treden op 22 juli 2013.  

Aanmerkelijk belang in vbi

Voor natuurlijke personen die een aanmerkelijk belang (ab) houden in de vbi geldt in beginsel hetzelfde als voor ab-houders in bv’s en gewone nv’s. Ook de ab-houder in een vbi moet dus 25% ab-heffing betalen als hij zijn aandelen met winst verkoopt of wanneer de vbi winst uitkeert. Als de vbi in een jaar echter minder dan 4% dividend per jaar uitkeert, past de fiscus een correctie toe. Deze correctie bedraagt 4% van de waarde in het economische verkeer van het ab in de vbi aan het begin van het kalenderjaar. Door dit fictieve rendement betaalt de ab-houder minimaal 1% heffing per jaar over het vermogen in de vbi. Dit fictieve rendement verhoogt wel de verkrijgingsprijs van het ab in de vbi voor zover dit meer bedraagt dan de daadwerkelijke dividenduitkering. Het fictieve rendement leidt dus alleen tot eerdere belastingheffing, niet tot een verhoging hiervan.

 

Uitzonderingen forfaitair voordeel

Het forfaitaire voordeel van 4% is niet van toepassing op een ab in:

  • banken, hypotheekbanken en verzekeringsmaatschappijen die officieel zijn genoteerd op de effectenbeurzen binnen de EU, in Zürich, New York en /of Tokio;
  • vennootschappen waarvan de feitelijke werkzaamheden aanmerkelijk verschillen van beleggen of daarmee overeenkomende werkzaamheden;
  • vennootschappen die zijn onderworpen aan een belasting naar de winst die resulteert in een naar Nederlandse begrippen reële heffing.

 

Wet: artikel 6a Vpb 1969

Meer informatie: Overige fiscale maatregelen 2014, 17 september 2013

Filed Under: BV & DGA, Financiële planning, Nieuws, Verdieping, Vpb & Div.bel

Reageer
Vorige artikel
Bijtelling van 4% voor nul emissie-auto
Volgende artikel
Fiscale Verzamelwet 2013 door Tweede Kamer aangenomen

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

echtscheiding

Tariefbeperking pensioenverrekening niet discriminerend

De Hoge Raad oordeelt dat de tariefbeperking voor aftrek van doorbetaald pensioen bij een scheiding van vóór 1 mei 1995 niet in strijd is met het discriminatieverbod. Pensioenverrekening volgens het arrest Boon/Van Loon en pensioenverevening op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding zijn voor deze regeling geen gelijke gevallen.

lijfrente

Standpunt looptijd bancaire nabestaandenlijfrente voor kind dat bijna 30 jaar is

De Kennisgroep verzekeringsproducten en assurantiebelasting heeft vragen beantwoord over de looptijd van een bancaire nabestaandenlijfrente wanneer het tegoed door overlijden van de rekeninghouder toekomt aan een kind dat bijna dertig jaar oud is.

wet excessief lenen

Kabinet zoekt breed draagvlak voor aanpassing box 3

Het kabinet wil zo snel mogelijk tot concrete en breed gedragen voorstellen voor box 3 komen, maar ziet dat de steun voor aanpassingen en de dekking daarvan sterk uiteenloopt. Minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg leggen vier scenario’s voor en vragen om uitstel van de behandeling van de Wet werkelijk rendement box 3.

vastgoed buitenland

Standpunt buitenlandse collectieve beleggingsinstelling in relatie tot het Unierecht

De Kennisgroep IBR Vpb & winst heeft de vraag beantwoord of het Unierecht zich verzet tegen de toepassing van artikel 4, derde lid, onderdeel b, Wet op de dividendbelasting 1965 op grond waarvan de inhoudingsvrijstelling buiten toepassing blijft op een buitenlandse collectieve beleggingsinstelling die een vergelijkbare functie vervult als een fiscale beleggingsinstelling.

BEFIT

Standpunt toepassing misbruiktoets Wet op de dividendbelasting 1965

De Kennisgroep dividendbelasting en bronbelasting en de Kennisgroep IBR Vpb & winst hebben gezamenlijk een vraag beantwoord over de toepassing van de misbruiktoets in artikel 4, derde lid, onderdeel c van de Wet op de dividendbelasting 1965.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Future Fit Professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2025

Masterclass Vermogen in box 1, 2 en 3: de afwegingen

Opleidingen

Verdiepingscursus DGA-advisering

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Opleidingen

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Masterclass Fiscale aspecten fusies & overnames

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Webinar Fiscale wijzigingen 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×