Hof Den Haag bevestigt dat een Zwitserse bankrekening tot de rendementsgrondslag box 3 behoort. Alleen voor 2017 leidt heffing naar het werkelijke rendement tot een lagere box 3-heffing; voor 2018 en 2019 niet.
Een man met een administratiekantoor krijgt over de jaren 2017 tot en met 2019 aanslagen ib/pvv opgelegd. De inspecteur rekent daarbij diverse Nederlandse bankrekeningen en een Zwitserse bankrekening tot box 3. Ook weigert hij voor 2019 een aftrek van € 60.000 aan buitengewone lasten, die volgens de man voortvloeit uit oude afspraken met de Belastingdienst uit de jaren tachtig en negentig. Daarnaast stelt de man dat hij de beschikking over de Zwitserse rekening al jaren kwijt is en dat het werkelijke rendement in box 3 lager is dan het forfaitaire rendement. Voor 2018 en 2019 is bovendien sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast. In hoger beroep draait het geschil vooral om de vraag of de Zwitserse rekening tot box 3 behoort en of belastingheffing naar het werkelijke rendement tot vermindering van de aanslagen leidt.
Zwitserse rekening blijft tot box 3 behoren
Het hof oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat de Zwitserse bankrekening aan de man toebehoort. Uit internationale gegevensuitwisseling, CRS-renseignementen en eerdere verklaringen van de man volgt dat hij de rekening zelf heeft geopend en nooit heeft opgeheven. Dat hij al jaren geen post of afschriften ontvangt, maakt dat niet anders. Voor 2018 en 2019 geldt bovendien omkering en verzwaring van de bewijslast, waardoor het op de weg van de man ligt om te bewijzen dat de rekening niet meer van hem is. Dat lukt niet. Wel volgt het hof partijen in hun gezamenlijke standpunt dat drie Nederlandse bankrekeningen in 2017 tot het ondernemingsvermogen behoren, waardoor het box 3-inkomen over dat jaar iets omlaag gaat.
Werkelijk rendement slechts voor 2017 lager
Bij de beoordeling van het werkelijke rendement past het hof de recente rechtspraak van de Hoge Raad toe. Waardeveranderingen van beleggingen en vastgoed tellen mee, kosten niet. Voor de verhuurde woning rekent het hof met de daadwerkelijk ontvangen huur en de WOZ-waarden, waarbij ook de leegwaarderatio wordt toegepast. Voor de Zwitserse rekening neemt het hof geen negatief rendement in aanmerking, omdat de man onvoldoende inzicht geeft in opbrengsten en waardemutaties. Per saldo blijkt het werkelijke rendement alleen in 2017 lager dan het forfaitaire rendement, zodat het box 3-inkomen voor dat jaar wordt verlaagd. Voor 2018 en 2019 blijft de heffing ongewijzigd.
Wet: art. 5.2 en 5.20 Wet IB 2001
Bron: Gerechtshof Den Haag, 20-01-2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:58, BK-25/70, BK-25/71 en BK-25/482 | NDFR





Geef een reactie