De Hoge Raad oordeelt dat een bestuursorgaan in beroep alsnog kan stellen dat een bezwaar te laat is ingediend. Dit is alleen toegestaan als sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals misleidende informatie van de indiener.
Een bv dient in 2016 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning. De gemeente stuurt de vergunning en de legesaanslag in 2017 naar het door de bv opgegeven adres, terwijl de bv daar niet meer gevestigd is. In 2018 ontvangt de bv alsnog een kopie van de aanslag en maakt zij bezwaar. De heffingsambtenaar verklaart het bezwaar ontvankelijk en inhoudelijk ongegrond. In beroep stelt de inspecteur echter dat het bezwaar te laat is ingediend. De rechtbank wijst dit af, maar het hof oordeelt dat het bezwaar toch niet-ontvankelijk is. In geschil is of het bestuursorgaan hierop mag terugkomen.
Uitzondering op rechtszekerheid mogelijk
De Hoge Raad stelt voorop dat het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel zich er in beginsel tegen verzetten dat een bestuursorgaan na een inhoudelijke behandeling van een bezwaar alsnog stelt dat het bezwaar niet-ontvankelijk is. Dit uitgangspunt kent echter uitzonderingen. Zo kan dit wel als de indiener onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt over feiten die relevant zijn voor de beoordeling van de termijnoverschrijding, en hij wist of had moeten weten dat het bestuursorgaan daardoor de ontvankelijkheid niet goed kon beoordelen.
Niet-ontvankelijk bezwaar blijft in stand
In deze zaak acht de Hoge Raad het oordeel van het hof juist dat zo’n uitzondering zich voordoet. De bv heeft onjuiste informatie verstrekt over de adressering van de aanslag en de gang van zaken daaromheen. Daarnaast had zij moeten begrijpen dat de ontvankelijkverklaring door de heffingsambtenaar een evidente fout was. Het bezwaar is daarom terecht alsnog niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Het cassatieberoep is ongegrond.
Bron: Hoge Raad, 20-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:451, 24/02420 | NDFR






Geef een reactie