De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft het standpunt over de toerekening van de gezamenlijke grondslag uit sparen en beleggen bij navordering van te veel verleend rechtsherstel box 3 (KG:202:2024:28) aangepast.
De beschouwing is aangepast naar aanleiding van de beantwoording door de Hoge Raad van prejudiciële vragen over het na massaal bezwaar wijzigen van de verdeling van de heffingsgrondslag voor box 3 tussen fiscale partners (HR 27 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:495). In de beschouwing van het standpunt wordt toegelicht dat deze prejudiciële beslissing niet leidt tot een andere conclusie in het onderhavige standpunt.
X en Y zijn fiscale partners voor de inkomstenbelasting en hebben in 2017 een gezamenlijke grondslag uit sparen en beleggen van circa € 50 miljoen. Hiervan is € 40 miljoen toebedeeld aan X en € 10 miljoen toebedeeld aan Y. X heeft geen rechtsherstel box 3 gekregen, omdat hij niet tijdig bezwaar heeft gemaakt. Y heeft wel rechtsherstel box 3 gekregen door middel van een verminderingsbeschikking. Beide aanslagen inkomstenbelasting 2017 staan onherroepelijk vast als de inspecteur erachter komt dat X en Y in hun aangifte inkomstenbelasting € 25 miljoen aan aandelen hebben aangegeven als ‘banktegoeden’ in plaats van ‘beleggingen’. Hierdoor zijn de aandelen in het kader van het rechtsherstel box 3 bij Y aangemerkt als ‘banktegoeden’ (met een laag forfaitair rendementspercentage) in plaats van als ‘overige beleggingen’ (met een hoog forfaitair rendementspercentage). De inspecteur vordert daarom het te veel verleende rechtsherstel bij Y na.
Vraag
Mogen fiscale partners bij navordering van te veel verleend rechtsherstel box 3, vanwege de onjuiste opgave van beleggingen als spaargeld, een nieuwe toedeling van de gezamenlijke grondslag uit sparen en beleggen kiezen wanneer de aanslagen van beide partners reeds onherroepelijk vaststaan?
Antwoord
Nee, door de navordering verandert de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen niet. Een nieuwe toedeling van de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen kan daarom niet plaatsvinden. Bij de parlementaire behandeling van de Wet rechtsherstel box 3 heeft de Staatssecretaris van Financiën aangegeven dat een dergelijke wijziging van de toedeling ook niet wenselijk wordt geacht.
Bron: Belastingdienst, 22 mei 2026
Online cursus toepassing box 3 in de praktijk – 16 juli
In dit praktijkgerichte webinar van mr. Eric van Uunen gaan we niet uitgebreid in op de technische details van de box 3-heffing zelf. In plaats daarvan richten we ons op wat écht relevant is voor jouw adviespraktijk: het proactief begeleiden van klanten bij het optimaliseren van hun box 3-positie, met het oog op de naderende Wet tegenbewijsregeling box 3 en het verwachte OWR-formulier (Overzicht Werkelijk Rendement). Ook het voorstel van de Wet werkelijk rendement box 3 vanaf 1 januari 2028 komt zijdelings aan bod, maar de aandacht gaat vooral naar adviesmogelijkheden tot 1 januari 2028.





Geef een reactie