De staatssecretaris van Financiën heeft een document openbaar gemaakt over de werkwijze van de Belastingdienst bij lopende FIOD-onderzoeken.
De Belastingdienst, FIOD en het Openbaar Ministerie hebben afspraken gemaakt over de informatie-uitwisseling tijdens strafrechtelijke onderzoeken. Het uitgangspunt is dat betrokken partijen elkaar op basis van het ‘need to know’-principe op de hoogte houden, zodat fiscale besluitvorming en strafrechtelijke procedures goed op elkaar aansluiten.
Binnen het model ‘Zien tot Zitting’ is afgesproken dat de Belastingdienst, hoewel deze geen deel uitmaakt van de Stuurploeg, gedurende een opsporingsonderzoek en de vervolgingsfase wordt geïnformeerd over de voortgang. Handelingen en beslissingen binnen het opsporingsonderzoek vormen immers een communicerend vat met de fiscale besluitvorming en mogelijkheden. De procesbeschrijving onderscheidt daarbij drie categorieën: fiscale strafzaken, niet-fiscale strafzaken met fiscale delicten en niet-fiscale strafzaken zonder fiscale delicten.
Afstemming tijdens het onderzoek
Bij fiscale strafzaken is de projectleider opsporing primair verantwoordelijk voor het informeren van de contactambtenaar (CA) van de Belastingdienst. De CA ontvangt onder meer berichten over doorzoekingen, aanhoudingen, de afronding van het onderzoek en de inlevering van het proces-verbaal. Wanneer wordt afgeweken van de kaders die door de Weegploeg zijn vastgesteld of wanneer een onderzoek dreigt te worden stopgezet, wordt de Weegploeg opnieuw betrokken en ontvangt de CA vooraf de relevante stukken. Ook kan de CA zelf informeren naar de voortgang van het onderzoek.
Na afronding van het onderzoek informeert het Openbaar Ministerie de CA en de projectleider over de wijze van afdoening, zoals een sepot, transactie, dagvaarding of strafbeschikking. Ook wordt, waar mogelijk, een kopie van het vonnis verstrekt.
Ook aandacht voor niet-fiscale strafzaken
Bij niet-fiscale strafzaken waarin fiscale delicten een rol spelen, geldt een vergelijkbare werkwijze. De FIOD zorgt ervoor dat een contactambtenaar wordt betrokken en houdt deze tijdens het onderzoek op de hoogte. Bij niet-fiscale strafzaken zonder fiscale delicten is de toezichthouder niet rechtstreeks betrokken. Wel kan het noodzakelijk zijn om de Belastingdienst tijdig te informeren, bijvoorbeeld wanneer strafvorderlijke maatregelen worden genomen tegen een grote of intensief begeleide belastingplichtige. Daarbij wordt steeds duidelijk aangegeven welke informatie mag worden gedeeld en op welk moment, met inachtneming van het onderzoeksbelang.
Bron: Besluit van 10 juli 2026, nr. 2026-02, Ministerie van Financiën





Geef een reactie