• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Dreiging vergrijpboete markeert begin strafzaak

29 september 2017 door Remco Latour

Als een strafrechtelijke procedure onredelijk lang duurt, is dat een reden om de opgelegde straf te matigen. Volgens Hof Den Bosch begint de strafzaak op het moment dat de verdachte redelijkerwijs kan vermoeden dat de overheid hem een straf zal gaan opleggen. Deze straf kan ook een bestuurlijke boete zijn.

Het hof kwam tot dit oordeel in een zaak waarin een man die een administratiekantoor dreef, verdacht werd van het (herhaaldelijk) plegen van belastingfraude en valsheid in geschrifte. Op 9 november 2012 hadden belastingambtenaren de man laten weten dat hij voor het niet (tijdig) betalen van btw een vergrijpboete kon verwachten. Op dat moment was volgens het hof sprake van een ‘criminal charge’ zoals genoemd in het Europees verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Dat bijna een jaar later werd besloten de zaak strafrechtelijk in plaats van bestuurlijk af te doen, maakte dit niet anders. Het hof constateerde dat de redelijke termijn in deze zaak met ruim tien maanden was overschreden. Daarom matigde het hof het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf met één maand. De man kreeg daardoor uiteindelijk een gevangenisstraf opgelegd van negen maanden, waarvan vier voorwaardelijk.

 

Wet: artikel 5:10a, tweede lid Awb en artikelen 67f en 69 AWR

Verdrag: artikel 6, eerste lid EVRM

Meer informatie: Gerechtshof Den Bosch 26 september 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:4107

Filed Under: Fiscaal nieuws, Formeel belastingrecht, Nieuws, Overige

Reageer
Vorige artikel
Later genoten optievoordeel belast zonder toepassing 30%-regeling
Volgende artikel
Exploitant mag niet te vroeg kosten nemen op voorraad

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

parkeren eigen terrein

Aanmaningskosten terecht ondanks ontbrekende MijnOverheid-notificatie

Plaatsing van een naheffingsaanslag parkeerbelasting in de berichtenbox van MijnOverheid geldt als geldige bekendmaking, ook als de belastingschuldige geen e-mailnotificatie heeft ontvangen. Aanmaningskosten zijn dan terecht in rekening gebracht.

souvenir

Schaduwboekhouding maakt omkering bewijslast terecht

Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat de in een schoudertas aangetroffen schaduwboekhouding rechtmatig is verkregen. Dit rechtvaardigt omkering en verzwaring van de bewijslast en een redelijke schatting van de omzet over heel 2018.

Ontbonden stichting blijft bestaan bij aanwezige baten

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een ontbonden stichting niet is opgehouden te bestaan als achteraf nog baten blijken te bestaan en het vermogen niet is vereffend. De Vpb-aanslagen zijn daarom tijdig en rechtsgeldig bekendgemaakt.

contant geld

Besluit mbt boetes overtreding verbod op contante betalingen vanaf € 3.000

Dit besluit wijzigt het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector, het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 en het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft in verband met het verbod op contante betalingen voor goederen vanaf € 3.000. Het besluit regelt met name de handhaving en sanctionering van dit verbod.

Hoge Raad

Rechter mag proceskostenvergoeding fors matigen zonder toelichting

De Hoge Raad oordeelt dat de rechter ruime vrijheid heeft om proceskostenvergoedingen te matigen. De rechter hoeft de omvang van die matiging niet afzonderlijk te motiveren.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

AGENDA

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Nationaal Btw Congres 2026

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

Online cursus Auto van de zaak

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×