• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Prepensioen pas belast na definitief worden overeenkomst

15 september 2015 door Remco Latour

Wie procedeert tegen een vaststellingsovereenkomst (VSO) met zijn werkgever, kan geen aanspraak maken op een eventueel recht op FPU/prepensioen dat voortvloeit uit die VSO. Pas nadat de rechter de VSO handhaaft, is het recht vorderbaar en inbaar en daardoor ook belast.

Een voormalige werknemer kreeg met een flink bedrag aan ineens te betalen inkomstenbelasting te maken doordat hij een VSO probeerde te vernietigen. Deze VSO had hij medio 2006 gesloten met zijn werkgever om zo een arbeidsconflict te beëindigen. Op grond van deze VSO zou de werknemer gebruik maken van zijn FPU-recht. De werknemer besloot toch de vernietiging van de VSO te vorderen bij de civiele rechter. Door de civiele procedure had de ex-werknemer van januari 2007 tot juni 2011 geen inkomen genoten. Na de afwijzing van zijn vordering kreeg hij het prepensioen/FPU over de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 mei 2011 in één keer uitbetaald. Vervolgens was de vraag of dit bedrag ook volledig in 2011 was belast. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde dat dit het geval was. Een deel van de uitkering had wel betrekking op de jaren 2007 tot en met 2010, maar dit deel was pas vorderbaar en inbaar in 2011. De vorder- en inbaarheid waren immers afhankelijk van voorwaarden die niet waren vervuld omdat de ex-werknemer was gaan doorprocederen. De rechtbank oordeelde dat de fiscus terecht 2011 had aangemerkt als het jaar waarin de ex-werknemer de uitkering had genoten.

 

Wet: artikel 3.146, eerste lid Wet IB 2001

Meer informatie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant,1 juli 2015 (gepubliceerd 10 september 2015), ECLI:NL:RBZWB:2015:5571

Filed Under: Arbeid & loon, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Ondercuratelestelling alleen reden tot boetematiging
Volgende artikel
Zweedse bronheffing voor buitenlandse pensioenfondsen conform EU-recht

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

startersregeling

NOB-reactie voorstellen voor stimulering startups en scale-ups

De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs plaatst enkele kanttekeningen bij het ter consultatie aangeboden conceptwetsvoorstel ‘Wet fiscale stimulering van startups en scale-ups’.

Bonaire dga doelmatigheidsmarge

Wetsvoorstel Fiscale verzamelwet BES eilanden 2027 ingediend

Het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet BES eilanden 2027 is ingediend.

werkhervattingskas

Reactie NOB internetconsultatie Regeling wijziging loonbelasting

De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs heeft een reactie gepubliceerd op de internetconsultatie Regeling wijziging loonbelasting.  Daarbij worden de volgende aandachtspunten benoemd. 1. Eindheffing eenmalige vergoeding correctie dagloon WIADe NOB benadrukt dat de loonbelasting in beginsel fungeert als voorheffing op de inkomstenbelasting, waarbij de heffing bij de werknemer plaatsvindt en het draagkrachtbeginsel centraal staat. Het aanwijzen... lees verder

vastgoed

Meer steun voor werkgevers om personeel te behouden in crisistijd

In toekomstige crisissituaties, zoals grootschalige stroomuitval, een pandemie of extreme weersomstandigheden, krijgen werkgevers extra mogelijkheden om hun personeel in dienst te houden.

arbeidsrecht

30%-regeling vervalt door nulurencontract zonder vast loon

De 30%-regeling wordt geweigerd omdat bij aanvang van het dienstverband geen vast loon is overeengekomen. Een later vast contract herstelt dit gebrek niet.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Webinar zzp dossier, wanneer is er wel of niet sprake van schijnzelfstandigheid?

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

AGENDA

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Nationaal Btw Congres 2026

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

Online cursus Auto van de zaak

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×