Het kabinet ziet nog steeds signalen van grondslaguitholling door excessieve financieringsconstructies met aan derden verhuurd vastgoed. Staatssecretaris Eerenberg concludeert echter dat het, gelet op verwachte Europese wijzigingen van de renteaftrekregels, nu niet opportuun is een beleidsrichting te kiezen.
De Belastingdienst constateert dat er structureel verlieslatende vennootschappen zijn die Nederlands verhuurd vastgoed bezitten. Deze verliezen ontstaan doordat huurbaten worden verminderd met afschrijvings- en rentelasten. Via financieringsstructuren worden rentelasten gecreëerd die worden afgezet tegen winsten uit Nederlands vastgoed. Daarbij wordt vaak gebruikgemaakt van groepsleningen en constructies waarbij eigen vermogen feitelijk als vreemd vermogen wordt gepresenteerd.
Volgens het kabinet wordt de bestaande renteaftrekbeperking in de vennootschapsbelasting onvoldoende effectief geacht om deze grondslaguitholling tegen te gaan. Door vastgoed en de bijbehorende financiering te verdelen over verschillende vennootschappen, kan meerdere keren gebruik worden gemaakt van de drempel van € 1 miljoen binnen de earningsstrippingmaatregel. Hierdoor blijft meer rente aftrekbaar dan zonder deze fragmentatie het geval zou zijn.
Drie beleidsopties onderzocht
In vervolg op een eerdere Kamerbrief zijn drie beleidsopties onderzocht. De eerste optie is het invoeren van een concernbegrip binnen de earningsstrippingmaatregel, waardoor concernvennootschappen niet langer afzonderlijk gebruik kunnen maken van de drempel. Volgens het kabinet heeft deze maatregel echter een zeer brede werking en raakt deze ook veel belastingplichtigen die niet betrokken zijn bij grondslaguitholling.
De tweede optie richt zich specifiek op vastgoedlichamen die in belangrijke mate met groepsleningen zijn gefinancierd. Voor deze groep zou de drempel worden verlaagd van € 1 miljoen naar € 200.000. Deze maatregel pakt volgens het kabinet de fragmentatieproblematiek gericht aan, maar biedt geen volledige oplossing voor constructies waarbij eigen vermogen wordt omgezet in groepsleningen.
De derde optie betreft een uitbreiding van de bestaande renteaftrekbeperking voor schulden aan verbonden lichamen. Daarbij wordt rente op groepsleningen voor de aankoop of het aanhouden van verhuurd vastgoed in beginsel niet aftrekbaar, tenzij tegenbewijs wordt geleverd. Deze optie pakt zowel fragmentatie als de omzetting van eigen vermogen in groepsleningen aan, maar leidt naar verwachting tot aanzienlijke uitvoeringslasten voor de Belastingdienst.
Europese ontwikkelingen afwachten
De Europese Commissie werkt momenteel aan een zogenoemd Omnibusvoorstel dat de Europese regels tegen belastingontwijking moet vereenvoudigen. Omdat dit voorstel naar verwachting gevolgen heeft voor de earningsstrippingmaatregel, acht de staatssecretaris het niet wenselijk nu al een keuze te maken voor een van de onderzochte beleidsopties. Zodra duidelijk is welke Europese wijzigingen worden doorgevoerd, wordt de Kamer nader geïnformeerd over mogelijke maatregelen tegen grondslaguitholling door excessieve financieringsconstructies met verhuurd vastgoed.
Bron: Kamerbrief nr. 2026-0000225759, Ministerie van Financien, 8 juni 2026




Geef een reactie