• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Eigenaar moet bewijzen dat afnamebeding weinig oplevert

12 december 2018 door Remco Latour

Normaal gesproken moet de ontvanger van de belastingen terughoudend zijn bij het inroepen van zijn bodemrecht ten aanzien van goederen die eigendom zijn van een derde. Heeft deze derde echter zijn goederen ter beschikking gesteld aan de belastingschuldige en is daarbij een afnamebeding overeengekomen? Dan zit de derde met een aanzienlijk lastigere bewijslastpositie.

Een recent arrest van de Hoge Raad geeft inzicht in de bevoegdheden van de ontvanger van de belastingen met betrekking tot het bodemrecht. De ontvanger mag beslagleggen en verhaal nemen op bepaalde roerende zaken die zich bevinden op de bodem van de belastingschuldige op het moment van de beslaglegging. Dit zogeheten bodemrecht strekt zich ook uit naar zaken waarvan anderen dan de belastingschuldige de eigenaar zijn. Maar de fiscus moet terughoudend zijn als sprake is van reële eigendom. Van reële eigendom is sprake als een derde zowel juridisch als economisch eigenaar is van zaken op de bodem van de belastingschuldige. Maar de ontvanger hoeft niet terughoudend te zijn als:

  • de derde onder enige titel zaken aan de belastingschuldige ter beschikking stelt; en
  • beide partijen een overeenkomst met een afnamebeding of afnameverplichting ten behoeve van de derde zijn overeengekomen.

Volgens de Hoge Raad is het aan de ontvanger om aan te tonen dat is voldaan aan deze voorwaarden. Slaagt hij daarin, dan verschuift de bewijslast naar de derde. Alleen als hij kan aantonen dat hij feitelijk geen profijt had van het afnamebeding, moet de ontvanger alsnog terughoudend zijn in zijn gebruik van het bodemrecht.

 

Wet: art. 22, derde lid IW 1990

Leidraad: art. 22.8.10 Leidraad Invordering 2008

Meer informatie: Hoge Raad 7 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2257

Filed Under: Fiscaal nieuws, Formeel belastingrecht, Nieuws, Overige

Reageer
Vorige artikel
Het belang van fiscaal-ethisch handelen
Volgende artikel
Kosten onzekere verkoop deelneming te activeren

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Filipijnen

Invorderingskosten terecht ondanks bezwaar over 2017

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de ontvanger de invorderingskosten terecht in rekening heeft gebracht. De man had geen uitstel van betaling voor de voorlopige aanslagen IB/PVV 2023 en 2024, ondanks zijn bezwaar tegen de aanslag over 2017. Een man die in de Filipijnen woont, maakt bezwaar tegen zijn aanslag IB/PVV 2017 over box 3 en schrijft... lees verder

rechtspraak

Vooraankondiging arresten Hoge Raad 7 augustus 2026

Onder voorbehoud zal de Hoge Raad op vrijdag 7 augustus 2026 de volgende arresten in genoemde zaken wijzen. De met toepassing van artikel 80a RO en 81 RO te wijzen arresten zijn ook in dit overzicht opgenomen.

correctie box 3 Belastingdienst

Vergeten behandelvoornemen is fout die navordering toestaat

De Hoge Raad oordeelt dat het niet stoppen van het geautomatiseerde proces bij het opleggen van de primitieve aanslag een fout in de ruime en neutrale zin van art. 16, lid 2, letter c AWR is. Omdat de te weinig geheven belasting meer dan 30% bedraagt, is de fout kenbaar en mag de inspecteur navorderen.

Vpb-aangifte bv levert nieuw feit op voor navordering dga

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur pas via de aangifte vennootschapsbelasting van de bv over de gegevens beschikt die tot navordering leiden. Omdat de inspecteur het dossier van de bv niet hoeft te raadplegen, beschikt hij over een nieuw feit en mag hij over 2018 tot en met 2020 navorderen.

rente Vpb

Belastingrente Vpb verlaagd na arrest Hoge Raad over rentepercentage

Rechtbank Noord-Holland verlaagt de belastingrente voor de vennootschapsbelasting omdat het wettelijke minimumtarief van 8% en 10% onverbindend is. De rente moet worden berekend volgens het algemene belastingrentepercentage.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

AGENDA

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×